Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011

Alinea 62 Hoge Raad 14 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521.

3.3.3 De daartegen gerichte klachten van het onderdeel zijn gegrond. [B] was niet de rechthebbende van de Mesdag, en zij kon dus de beschikkingsbevoegdheid (in de zin van art. 3:84 BW) ten aanzien van het schilderij slechts ontlenen aan de in de consignatieovereenkomst opgenomen opdracht tot verkoop (waarbij in dit geding tot uitgangspunt dient dat [betrokkene 1] op zijn beurt de bevoegdheid tot het sluiten van de consignatieovereenkomst ontleende aan de hem door de rechthebbenden [eiser] c.s. gegeven opdracht). Dat brengt mee dat de in de consignatieovereenkomst opgenomen clausuleringen, die de bevoegdheid van [B] tot verkoop van de Mesdag begrenzen, rechtstreeks van invloed zijn op de beschikkingsbevoegdheid van [B]. Overschrijding van die grenzen door [B] brengt dan ook niet slechts mee dat [B] in de nakoming van de consignatieovereenkomst tekortschoot jegens haar wederpartij ([betrokkene 1]), maar ook dat [B] dan aan die overeenkomst geen beschikkingsbevoegdheid kon ontlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17115 tot 18122.