Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011

Alinea 71 Hoge Raad 14 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521.

Daarentegen zijn de onderdelen 5b, 5d en 5e, mede gelet op hun onderlinge samenhang, gegrond. Onderdeel 5b voert terecht aan dat door het hof, in het licht van de fax van 23 augustus 2002, onvoldoende is gemotiveerd waarom de daarin door [betrokkene 2] "opgebiechte" feiten geen aanleiding hadden moeten zijn voor [verweerder 1] om een onderzoek naar de beschikkingsbevoegdheid van [betrokkene 2] ([B]) in te stellen. Daarbij is van belang dat onderdeel 5d terecht erop wijst dat het hof [verweerder 1] niet zonder nadere motivering als een 'particulier' mocht aanmerken, nu [eiser] c.s. hadden gesteld dat [verweerder 1] de waarde van kunst kent, een [C] koopt en verkoopt en deze inruilt voor schilderijen van kleinere meesters, een aparte bankrekening heeft voor zijn "[D]" en er een galerie op nahoudt. Ook de klacht van onderdeel 5e treft doel, nu de omstandigheid dat de Mesdag voor "een bijzonder laag bedrag" is verkocht, anders dan het hof overweegt, aanleiding voor twijfel omtrent de bevoegdheid van [B] ter zake van het schilderij kan vormen, zulks mede tegen de achtergrond van de financiële problemen waarin [betrokkene 2] verkeert en de door hem opgebiechte eerdere "leugens en smoesjes".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 23102 tot 24319.