Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 75 Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521.
Onderdeel 2b (onderdeel 2a bevat geen klacht) voert terecht aan dat het oordeel van het hof in rov. 4.9.2 - inhoudende dat [betrokkene 1] degene is die het schilderij aan [betrokkene 2] in consignatie heeft gegeven, zodat het inroepen van de Pauliana hooguit kan leiden tot afgifte van de Mesdag aan [betrokkene 1] maar niet, zoals gevorderd, aan [eiser] c.s. - onbegrijpelijk is in het licht van de stellingen van partijen, die immers beiden ervan uitgaan dat het handelen van [betrokkene 1] moet worden toegerekend aan [eiser] c.s. Daarom valt niet zonder meer in te zien waarom [eiser] c.s. niet zouden (kunnen) vallen onder "de rechthebbende consignatiegevers" namens wie de curator de vernietiging heeft ingeroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 25056 tot 25789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8 | shasum -a 256