Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 77 Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521.
[eiser] niet één van de belanghebbenden was die hij vertegenwoordigde "omdat zij tegen mij hadden gezegd dat zij zelf al bezig waren met een actie tegen [verweerder 1]". Blijkens de getuigenverklaring van de curator op dit punt (geciteerd in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 23) had zijn uitlating onmiskenbaar betrekking op de periode nadat hij (in mei 2003) een kort geding tegen [betrokkene 4] had gevoerd tot teruggave van de [C]. Dat laat evenwel onverlet de mogelijkheid dat de curator in zijn brief van 30 december 2002 aan [verweerder] c.s., waarin hij met een beroep op de Pauliana de vernietiging van de overeenkomst van 1 oktober 2002 inriep, (nog) mede namens [eiser] c.s. als consignatiegevers handelde. Dat [eiser] c.s. vlak voordien de onderhavige procedure tegen [verweerder] c.s. waren begonnen (bij dagvaarding van 5 december 2002) staat daaraan op zichzelf niet in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 26065 tot 27000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8 | shasum -a 256