Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 49 Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3534.
3.5.1 Bij de beoordeling van het onderdeel wordt het volgende vooropgesteld. Als algemeen uitgangspunt heeft te gelden dat het faillissement op zichzelf niet van invloed is op bestaande wederkerige overeenkomsten van de schuldenaar. Voor bepaalde lopende wederkerige overeenkomsten houdt art. 37 F. een bijzondere regeling in, waarop art. 39 F. voor huurovereenkomsten weer een uitzondering vormt. Op grond van dit laatste artikel is, kort gezegd, tussentijdse beëindiging op een termijn van ten hoogste drie maanden (tenzij de huur over een langere periode is vooruitbetaald) mogelijk, maar over die periode vormt de huurprijs een boedelschuld. Uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.5 vermelde totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling moet worden afgeleid dat de regeling van art. 39 berust op een afweging van enerzijds het belang van de boedel tot voorkoming van het oplopen van boedelschulden ter zake van niet langer gewenste huurverhoudingen, en anderzijds het belang van de verhuurder bij betaling van de huurprijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fea48d6759cee604157ed872f63aada90d8681dde6fb7557248207a0c99b158c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fea48d6759cee604157ed872f63aada90d8681dde6fb7557248207a0c99b158c, en de alinea staat in dat document op bytes 19248 tot 20306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fea48d6759cee604157ed872f63aada90d8681dde6fb7557248207a0c99b158c | shasum -a 256