Citaat | Hoge Raad 28 juni 2011

Alinea 30 Hoge Raad 28 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4030.

In dat verband moet echter onder ogen worden gezien dat hier verschillende gevallen denkbaar zijn waarbij niet altijd op voorhand evident is of de verdachte zijn beroep zonder de - naar later is gebleken ontoelaatbare - beperking wil doorzetten. De beperking kan immers een gering onderdeel van het bestreden vonnis betreffen, maar ook een belangrijk deel ervan (vgl. de casus van HR 29 maart 1988, NJ 1988/878, en het spiegelbeeld daarvan). Het zonder meer negeren van de beperking - en daarmee het doorzetten van het appel zonder de beperking - zonder de mening van de verdachte daarover te kennen, is daarom niet mogelijk. Het belang van een doelmatige strafrechtspleging brengt wel mee dat een eventueel herstel van een ten onrechte aangebrachte beperking de voortgang van de procedure niet wezenlijk mag belasten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc643603c8ce5135d7d780f1bc1a342d6c18570b753c307e0888a8c114005ba2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc643603c8ce5135d7d780f1bc1a342d6c18570b753c307e0888a8c114005ba2, en de alinea staat in dat document op bytes 14326 tot 15157.