Citaat | Hoge Raad 4 januari 2011

Alinea 22 Hoge Raad 4 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 4 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4475.

Omstreeks 18.30 uur kwam er een vreemde jongen voor mij staan. Wij stonden, daarmee bedoel ik [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) en een vriend genaamd [getuige 2], in de tent. Wij stonden met z'n drieën bij elkaar. Ik voelde dat de jongen (het hof begrijpt: [slachtoffer]) met zijn hand over mijn kont ging. Ik duwde de jongen toen van mij af. Ik zei ook tegen de jongen dat hij weg moest gaan. Ik zag dat de jongen terugkwam en de jongen probeerde wederom aan mij te zitten. Ik voelde dat een hand van de jongen over mijn been, onder mijn rok kwam. Ik duwde de jongen weer van mij af en ik zag dat de jongen wegliep, volgens mij de tent uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee7ac358475719ab5acaa96019c20ae307d5ef0c9fd8f122f77a9fdb5132d39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee7ac358475719ab5acaa96019c20ae307d5ef0c9fd8f122f77a9fdb5132d39, en de alinea staat in dat document op bytes 9463 tot 10126.