Citaat | Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 82 Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4512.

Met [E] BV is nadrukkelijk afgesproken dat [E] BV de in verband met de levering verschuldigde omzetbelasting moest betalen. In september 2001 heb ik [verdachte] persoonlijk aan de telefoon gehad. Ik heb hem tijdens dat gesprek expliciet verzocht [H] een factuur te sturen in verband met de levering. Op de factuur zou dan ook de BTW komen te staan. [Verdachte] wenste geen factuur te sturen, omdat hij niet in staat was de BTW te betalen. Hij wilde een oplossing voor het [G]-verhaal, waarbij hij dit BTW probleem ook meegenomen wilde zien en het gefinancierd wilde hebben. Daar ben ik toen niet op ingegaan. Ik heb [verdachte] duidelijk aangegeven dat hij de BTW al verschuldigd was in verband met de levering van de opstalrechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69302c875ef311cc0f7317df4b7de69bcaca6166021a82abba33c6708fce3070. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69302c875ef311cc0f7317df4b7de69bcaca6166021a82abba33c6708fce3070, en de alinea staat in dat document op bytes 25086 tot 25831.