Citaat | Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 88 Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4512.

U houdt mij voor dat in de overeenkomst met [H] BV, terzake de levering van de opstalrechten "[G]", omzetbelasting door [E] BV wordt berekend. Ik heb geen factuur verstuurd. Ik heb deze omzetbelasting dus niet afgedragen. Ik weet wel dat als ik een factuur had verstuurd ik de omzetbelasting moet afdragen. U toont mij de aangifte omzetbelasting van [E] BV over het tijdvak september 2001. Ik herken mijn handtekening. Ik heb deze aangifte omstreeks 4 oktober 2001 te Bemmel ondertekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69302c875ef311cc0f7317df4b7de69bcaca6166021a82abba33c6708fce3070. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69302c875ef311cc0f7317df4b7de69bcaca6166021a82abba33c6708fce3070, en de alinea staat in dat document op bytes 27913 tot 28413.