Citaat | Hoge Raad 28 januari 2011
Alinea 38 Hoge Raad 28 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4930.
Een bankgarantie zoals door Baboprint verlangd, strekt immers ertoe haar als schuldeiser ten behoeve van wie zij wordt verleend, zij het indirect, volledige betaling ten laste van het vermogen van de schuldenaar te garanderen. De bank zal de garantie in beginsel slechts verlenen indien zij de zekerheid heeft dat haar vordering ter zake van het door haar ter voldoening aan de garantie betaalde volledig door de schuldenaar, of bij voorrang ten laste van diens vermogen, zal worden voldaan. De bank zal dan ook, tenzij zij haar verhaalsvordering als door reeds aan haar verleende zekerheidsrechten gedekt beschouwt, verlangen dat ten behoeve van haar zekerheid wordt verleend alvorens tot het verlenen van een bankgarantie over te gaan. In het licht van dit een en ander kan noch art. 6:2 noch art. 6:248 BW een grondslag bieden voor een verplichting tot het stellen van de zekerheid door middel van een bankgarantie (vgl. HR 14 december 2001, LJN AD6098, NJ 2002/45).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/416efb99666aafd573ef7a26dc442cb50282979fbd913daa343c3723cdb5640a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 416efb99666aafd573ef7a26dc442cb50282979fbd913daa343c3723cdb5640a, en de alinea staat in dat document op bytes 10948 tot 11931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/416efb99666aafd573ef7a26dc442cb50282979fbd913daa343c3723cdb5640a | shasum -a 256