Citaat | Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 48 Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4936.
Nu [verweerster] niet ten verwere had aangevoerd dat zij in de periode dat die kosten gemaakt werden tot aan het overlijden van haar man (nog) geen eigenaar was van de auto's, stond het het hof niet vrij zulks ambtshalve aan afwijzing van de vordering ten grondslag te leggen. Bovendien was tussen partijen in confesso - gelet op de onweersproken stellingen van [verweerster] zelf in haar inleidende dagvaarding - dat [verweerster] en haar man in gemeenschap van goederen gehuwd waren, zodat zij voor zijn overlijden al mede-eigenaar van de oldtimers was (terwijl zij nadien als erfgenaam van haar man enig eigenaar van de auto's werd).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da2ba4e2dcfb711a3352e473a2c0899d5aaf9f77eda7b16dac2b4b4945f164c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da2ba4e2dcfb711a3352e473a2c0899d5aaf9f77eda7b16dac2b4b4945f164c, en de alinea staat in dat document op bytes 13766 tot 14416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7da2ba4e2dcfb711a3352e473a2c0899d5aaf9f77eda7b16dac2b4b4945f164c | shasum -a 256