Citaat | Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 50 Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4936.
Onderdeel 3.4 voert hiertegen terecht aan dat [eiser] zich niet (spontaan) behoefde uit te laten over de wijze waarop de investering zou plaatsvinden, nu [verweerster] niet zijn stelling had weersproken dat de meerwaarde van de auto's aan [A] ten goede zou komen. Het hof mocht dan ook niet op grond van het ontbreken van een antwoord op de eigener beweging opgeworpen vraag hoe de beoogde investering van de meeropbrengst in [A] zou worden gerealiseerd, de door [eiser] gestelde verrijking van [verweerster] afwijzen. Voorts mocht het hof aan die afwijzing niet ten grondslag leggen dat 'de zaken anders zijn uitgepakt dan [eiser] voorstond', nu hij onweersproken had gesteld dat de investering in [A] de gemeenschappelijke bedoeling van de drie vennoten/aandeelhouders was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da2ba4e2dcfb711a3352e473a2c0899d5aaf9f77eda7b16dac2b4b4945f164c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da2ba4e2dcfb711a3352e473a2c0899d5aaf9f77eda7b16dac2b4b4945f164c, en de alinea staat in dat document op bytes 15110 tot 15899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7da2ba4e2dcfb711a3352e473a2c0899d5aaf9f77eda7b16dac2b4b4945f164c | shasum -a 256