Citaat | Hoge Raad 11 januari 2011
Alinea 14 Hoge Raad 11 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5251.
Blijkens de daarvan opgemaakte akte is het beroep in cassatie ingesteld op 6 augustus 2009. De aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehechte akte van uitreiking houdt in dat die dagvaarding op 30 juni 2009 aan de toen uit anderen hoofde gedetineerde verdachte is "uitgereikt aan de gedetineerde in persoon". In die akte is onder de rubriek "handtekening voor ontvangst:" geen handtekening gesteld. In de marge van die rubriek staat de handgeschreven aantekening: "wel uitgereikt, niet getekend". Op grond van de inhoud van die akte moet worden aangenomen dat die uitreiking - voor de rechtsgeldigheid waarvan een op de akte gestelde handtekening voor ontvangst geen vereiste is - overeenkomstig art. 588, eerste lid, Sv in persoon is geschied. Uit een en ander vloeit voort dat de verdachte ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder a, Sv niet in het beroep kan worden ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982fedff222c1422f8b0bc37ef5e77a5b484739ced9d8cd439a6d852347a5d95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982fedff222c1422f8b0bc37ef5e77a5b484739ced9d8cd439a6d852347a5d95, en de alinea staat in dat document op bytes 5602 tot 6512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/982fedff222c1422f8b0bc37ef5e77a5b484739ced9d8cd439a6d852347a5d95 | shasum -a 256