Citaat | Hoge Raad 8 februari 2011
Alinea 116 Hoge Raad 8 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5376.
"Ten aanzien van het door mij aan de politie opgegeven signalement van de overvallers kan ik het volgende verklaren. De enge overvaller liep iets voorover gebogen en was wat langer dan de gemoedelijke overvaller. Het is vanuit deze omschrijving, dat ik de verdachte (hof: medeverdachte [medeverdachte]) nu aanmerk als de gemoedelijke overvaller. (...) De overvallers gingen beiden op [slachtoffer] af en hadden daarbij niet alleen een honkbalknuppel en een vuurwapen in handen, maar ook een mes en pepperspray. Ik zag dat [slachtoffer] beide overvallers de slaapkamer in duwde. Toen kwamen, naar ik zag, verdachte (hof: medeverdachte [medeverdachte]) en [slachtoffer] op bed te liggen. Ik weet dat het de verdachte was, want hij was degene die gewond is geraakt. Ik zag dat ook aan zijn postuur. Ik ben toen aan de zijkant van het bed gaan staan. [Verdachte] heeft toen staan schieten vanaf de andere kant van het bed en is naar beneden gelopen. Nadien zag ik [verdachte] terug naar boven komen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ead1e1096680f414c566623530457e7e018b4a3cd8f518609c22ac20732554f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ead1e1096680f414c566623530457e7e018b4a3cd8f518609c22ac20732554f, en de alinea staat in dat document op bytes 33442 tot 34451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ead1e1096680f414c566623530457e7e018b4a3cd8f518609c22ac20732554f | shasum -a 256