Citaat | Hoge Raad 22 februari 2011

Alinea 21 Hoge Raad 22 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5823.

Mijn cliënt zal niet komen. Hij heeft mij gevraagd namens hem om aanhouding van zijn zaak te vragen, want hij is niet in de gelegenheid om vandaag ter terechtzitting te verschijnen. Hij doet daarbij een uitdrukkelijk beroep op zijn aanwezigheidsrecht. Afgelopen vrijdagmiddag belde hij mij met de mededeling dat hij in Amerika zat en dat hij het niet ging redden om er vandaag te zijn. Het zou te maken hebben met een overboeking van een vlucht. Ik heb hem gevraagd om bewijzen daarvan naar mij op te sturen, maar die heb ik tot dusverre niet van hem gekregen. Ik heb nog wel een e-mail van hem gehad gisteravond om 22.10 uur. Die leg ik aan u over. Ik ben dus weliswaar gemachtigd, maar ik zeg u nogmaals dat hij een beroep doet op zijn aanwezigheidsrecht omdat hij zijn verhaal wil komen doen op zitting. Het is juist dat hij zich tot dusverre heeft beroepen op zijn zwijgrecht, maar ik heb hem geadviseerd om met name in zaaksdossier 68 wel een verklaring af te gaan leggen. Ik neem aan dat hij mijn advies zal opvolgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fa1ae305b9f60c5e1b07d31f82ec1c8e8163bcd8141e30c8254db2a06e021b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fa1ae305b9f60c5e1b07d31f82ec1c8e8163bcd8141e30c8254db2a06e021b2, en de alinea staat in dat document op bytes 7059 tot 8096.