Citaat | Hoge Raad 22 februari 2011
Alinea 53 Hoge Raad 22 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5823.
Beide uitspraken bevestigen het standpunt van de verdediging. Als een verdachte uitdrukkelijk heeft aangegeven te zitting aanwezig te willen zijn, kan die wens slechts in zeer bijzondere omstandigheden gepasseerd worden. Dat zou het gerechtshof bijvoorbeeld gekund hebben als door aanhouding van de behandeling van de zaak de redelijke termijn voor afdoening van de zaak in gevaar zou komen. In casu was daar echter geen sprake van, omdat de mogelijkheid bestaat - overigens ook aan de orde geweest is - dat de zaak van [verdachte] op 6 maart 2008 behandeld wordt. Het gerechthof had die datum eerder al gepland en alle raadsheren kunnen nog steeds op die dag. Verder is ter sprake geweest dat [verdachte] niet gedetineerd is, zodat in geval de huidige zittingszaal niet beschikbaar is, uitgeweken kan worden naar een andere zittingszaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fa1ae305b9f60c5e1b07d31f82ec1c8e8163bcd8141e30c8254db2a06e021b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fa1ae305b9f60c5e1b07d31f82ec1c8e8163bcd8141e30c8254db2a06e021b2, en de alinea staat in dat document op bytes 14123 tot 14974.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fa1ae305b9f60c5e1b07d31f82ec1c8e8163bcd8141e30c8254db2a06e021b2 | shasum -a 256