Citaat | Hoge Raad 18 januari 2011

Alinea 30 Hoge Raad 18 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6365.

"[Slachtoffer 1] opende de poort. Ik liep direct achter hem aan. Ik zag minimaal drie personen in de tuin, twee mannen in het midden van de tuin en een derde bij de geopende achterdeur van de woning. Ik liep op zeer korte afstand van [slachtoffer 1]. Toen [slachtoffer 1] riep "Wat moet dat" renden twee mannen de woning in. Toen draaide [slachtoffer 1] zich gedeeltelijk naar rechts. Ik stond op dat moment direct rechts naast hem op gelijke hoogte of een klein stukje achter hem. [slachtoffer 1] hief zijn linkerhand op. Op dat moment hoorde ik twee knallen kort achter elkaar. Tegelijkertijd zag ik twee lichtflitsen op borsthoogte vanuit de richting waar [slachtoffer 1] heen keek. Hierna zakte [slachtoffer 1] in elkaar. Hij plofte als het ware direct neer. Ik hoorde dat hij een korte kreet sloeg en ik hoorde lucht uitblazen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f15d4c630a8f8bd1144221b7893ee37d88250a98ff8690ea00adae3f71bba2f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f15d4c630a8f8bd1144221b7893ee37d88250a98ff8690ea00adae3f71bba2f3, en de alinea staat in dat document op bytes 12892 tot 13738.