Citaat | Hoge Raad 25 januari 2011

Alinea 11 Hoge Raad 25 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6696.

Bij de Hoge Raad is een geschrift van de verdachte ingekomen. Omdat volgens art. 437, tweede lid, Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen, kan de Hoge Raad dit geschrift niet beschouwen als een schriftuur houdende middelen van cassatie en zal hij op dit geschrift dus geen acht slaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83092ea7ae4be313628a2e626500f8342c3fe1b75d011a8973b30ab3acf5ec42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83092ea7ae4be313628a2e626500f8342c3fe1b75d011a8973b30ab3acf5ec42, en de alinea staat in dat document op bytes 5249 tot 5589.