Citaat | Hoge Raad 25 januari 2011

Alinea 20 Hoge Raad 25 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6696.

Het vorenoverwogene brengt mee dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83092ea7ae4be313628a2e626500f8342c3fe1b75d011a8973b30ab3acf5ec42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83092ea7ae4be313628a2e626500f8342c3fe1b75d011a8973b30ab3acf5ec42, en de alinea staat in dat document op bytes 7388 tot 7891.