Citaat | Hoge Raad 28 juni 2011
Alinea 22 Hoge Raad 28 juni 2011
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6704.
3.3. In art. IV lid 3 is eerdere rechtspraak gecodificeerd (te beginnen met HR 14 november 2000, LJN AA8296). De in deze bepaling neergelegde regeling strekt onder meer tot een voortvarende behandeling van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat ingeval hetzij de griffie van het gerecht dat de bestreden uitspraak heeft gewezen, heeft verzuimd het volledige procesdossier aan de Hoge Raad te zenden, hetzij de strafadministratie van de Hoge Raad heeft verzuimd om tijdig een afschrift van de in art. IV lid 1 bedoelde stukken aan de raadsman toe te sturen (vgl. HR 15 juni 2004, LJN AO8819, NJ 2004/465), zo een verzuim zo spoedig mogelijk aan het licht dient te komen zodat alsdan de gelegenheid kan worden geboden tot onverwijld herstel van het verzuim. Van de raadsman mag worden verlangd dat hij tijdig zo een tekortkoming ontdekt in de aan hem toegezonden afschriften (vgl. HR 14 november 2000, LJN AA8296).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5461c2f8e87babb2a6cb79bb667d01f7ea101b9c324d5425809aab36f0adf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5461c2f8e87babb2a6cb79bb667d01f7ea101b9c324d5425809aab36f0adf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 9593 tot 10519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5461c2f8e87babb2a6cb79bb667d01f7ea101b9c324d5425809aab36f0adf2d | shasum -a 256