Citaat | Hoge Raad 22 februari 2011
Alinea 33 Hoge Raad 22 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6742.
3.4. Het Hof had bij de beoordeling van het verweer behoren te betrekken dat de verdachte, naar uit de stukken volgt, in eerste aanleg niet door een raadsman werd bijgestaan en voorts dat de wet er niet in voorziet dat een verdachte die, nadat hem op de voet van art. 381 Sv de gelegenheid is geboden om afstand te doen van het openstaande rechtsmiddel ten overstaan van de politierechter verklaart dat hij het rechtsmiddel wenst aan te wenden, door die rechter wordt ingelicht omtrent de formaliteiten die daartoe moeten worden vervuld (vgl. HR 12 oktober 2010, LJN BL7694, NJ 2010/585 rov.2.6). Nu het Hof dat heeft nagelaten, is de bestreden beslissing ontoereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af de door het Hof in aanmerking genomen omstandigheid "dat op de achterzijde van de inleidende dagvaarding aan de verdachte reeds op voorhand bekend was gemaakt op welke wijze en op welke locatie hij hoger beroep kon instellen".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6c8c2552992481ccf6bfc05161050d6047847311ee6fa629515aecc36a77acf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6c8c2552992481ccf6bfc05161050d6047847311ee6fa629515aecc36a77acf, en de alinea staat in dat document op bytes 10911 tot 11853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6c8c2552992481ccf6bfc05161050d6047847311ee6fa629515aecc36a77acf | shasum -a 256