Citaat | Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 40 Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7992.

Het komt mij voor dat het de vader is die voor zijn kinderen beslist of al dan niet hoger beroep moet worden ingesteld. Het moge duidelijk zijn dat de kinderen zelf een machtiging tot het instellen van het hoger beroep moeten ondertekenen en niet hun vader. Nu zij voldoende bekend zijn met de manier waarop hoger beroep moet worden aangetekend, dienen bij het hier geconstateerde gebrek onmiddellijk consequenties te worden getrokken. Ik sluit niet uit dat er zelfs sprake is van valsheid in geschrifte. Naar mijn mening dient de verdachte thans reeds niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f24dc86358ee74921f8fd543a21d263e0227359bef3906e0f413c154d3f44ee4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f24dc86358ee74921f8fd543a21d263e0227359bef3906e0f413c154d3f44ee4, en de alinea staat in dat document op bytes 10063 tot 10687.