Citaat | Hoge Raad 25 februari 2011

Alinea 42 Hoge Raad 25 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9557.

3.3 De klacht van onderdeel 3 (de onderdelen 1 en 2 bevatten geen klachten) richt zich tegen het oordeel van het hof dat art. 61 Ow geen grond biedt voor een vordering tot teruggave tegen de Staat. Dit oordeel is juist en de klacht faalt dus. De tekst ("terugvorderen") en de strekking (effectieve bescherming van de onteigende tegen de onteigenaar als zich bepaalde omstandigheden aan diens zijde voordoen) van deze bepaling verzetten zich tegen een ruime uitleg die het mogelijk maakt dat deze vordering ook tegen een ander dan de onteigenende partij wordt geldend gemaakt. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling, zoals vermeld in de bijlage bij de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3, blijkt dat het recht van terugvordering van de onteigende is bedoeld als bescherming van hem tegen onnodige of ontijdige onteigening. Daarom kan deze vordering alleen tegen de onteigenende worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc3967ddfd86e6106ebbb4b8d6722eb5ae500aa7f38458b3e1769ea95db8c27d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc3967ddfd86e6106ebbb4b8d6722eb5ae500aa7f38458b3e1769ea95db8c27d, en de alinea staat in dat document op bytes 10305 tot 11234.