Citaat | Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 59 Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9577.

3.2 De vordering van de Ontvanger strekt tot vergoeding van de door hem in het faillissement van [A] geleden verhaalsschade ten bedrage van € 106.224,12. De Ontvanger legt daaraan ten grondslag dat [verweerster 1], [verweerder 2] en ING onrechtmatig hebben gehandeld doordat zij op een zodanige wijze met elkaar hebben samengewerkt of samengespannen dat de (per saldo) op de tegeltransactie te maken winst uitsluitend ten voordele van henzelf heeft gestrekt en de boedel van [A] mitsdien door het 'tussenschuiven' van [verweerster 1] voor een bedrag van ƒ 600.000,-- is benadeeld. [Verweerster 1], [verweerder 2] en ING zijn volgens de Ontvanger aldus tekortgeschoten in de zorgplicht die zij, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, jegens (de boedel van) [A] in acht hadden behoren te nemen. Daartoe is door de Ontvanger onder meer gesteld: dat de curator zich tot [verweerder 2] heeft gewend met het verzoek hem bij de verkoop van de partij tegels te assisteren; dat [verweerder 2] als bestuurder/(indirect)grootaandeelhouder een bijzondere zorgplicht had; dat van meet af aan vaststond dat de tegels zouden worden doorverkocht aan [C] voor een prijs van ƒ 850.000,-- terwijl de Ontvanger en de curator daarvan niet op de hoogte waren toen [verweerder 2] (op 9 augustus 2001) een bod op de tegels uitbracht; dat aan de transactie met [C] geen financiële risico's kleefden, en dat ING in het faillissement van [A] voldoende verhaal had. Voorts heeft de Ontvanger, met verwijzing naar de hiervoor in 3.1 onder (vii) deels geciteerde brief, gewezen op de aan de transactie voor [verweerder 2], [verweerster 1] en ING verbonden voordelen, hierin bestaande (i) dat [verweerster 1] door de op de tegeltransactie gerealiseerde winst in staat was haar schuld in rekening-courant aan ING (ad ƒ 610.000,-- op 31 juli 2001) geheel af te lossen, waardoor ook [verweerder 2] uit de door hem voor deze schuld afgegeven borgstelling van ƒ 250.000,-- kon worden ontslagen, (ii) dat [B] (lees, aldus de Ontvanger: [Verweerder 2]) daardoor weer de vrije beschikking kreeg over de aan ING voor de schuld van [verweerster 1] verpande, waardevolle aandelen in [D] B.V., en (iii) dat het resterende deel ad ƒ 250.000,-- van de door [verweerster 1] ontvangen koopsom werd aangewend ter aflossing van de door ING verzorgde 'interim-financiering' van de transactie curator/[verweerster 1], terwijl de door [verweerster 1] aan de curator betaalde koopsom in mindering zou strekken van hetgeen ING nog van [A] te vorderen had, voor welke vordering [verweerder 2] zich eveneens borg had gesteld tot een bedrag van ƒ 250.000,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cba12fe04712c6320fb8ab0507599e8cd15220bd95f2ebf247a8e0ddef0a03ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cba12fe04712c6320fb8ab0507599e8cd15220bd95f2ebf247a8e0ddef0a03ab, en de alinea staat in dat document op bytes 13578 tot 16207.