Citaat | Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 79 Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9577.
Weliswaar kan onder omstandigheden van schuldeisers in een faillissement gevergd worden dat zij hun handelwijze mede laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers, zoals het hof in rov. 3.7 ook tot uitgangspunt heeft genomen, maar uit het bestreden arrest blijkt niet dat het hof dit ten aanzien van ING heeft miskend. Dat het hof ten aanzien van ING niet is uitgegaan van een (in vergelijking met andere schuldeisers) "extra" zorgplicht jegens de Ontvanger zoals bedoeld in de door het hof in rov. 3.7 vermelde maatstaf, is niet onjuist of onbegrijpelijk. De omstandigheden dat ING schuldeiser en kredietverschaffer (onderdeel 4.1) en bankier (onderdeel 4.2) van [A] was, alsmede bankier van [verweerster 1] en [verweerder 2] die de aankoop van de tegels financiert (onderdeel 4.3) waarop ING zelf een pandrecht heeft (onderdeel 4.4), brengen dat noch op zichzelf, noch tezamen noodzakelijkerwijze mee. De in dit verband aangevoerde motiveringsklacht van onderdeel 4.5 noemt ook geen andere omstandigheden die dit oordeel onbegrijpelijk doen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cba12fe04712c6320fb8ab0507599e8cd15220bd95f2ebf247a8e0ddef0a03ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cba12fe04712c6320fb8ab0507599e8cd15220bd95f2ebf247a8e0ddef0a03ab, en de alinea staat in dat document op bytes 27676 tot 28763.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cba12fe04712c6320fb8ab0507599e8cd15220bd95f2ebf247a8e0ddef0a03ab | shasum -a 256