Citaat | Hoge Raad 8 februari 2011
Alinea 34 Hoge Raad 8 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9838.
Het vorenoverwogene brengt mee dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fdc4d2bf831aa29eddd0ebee24ac98a68b71d31f2edf28968479c5fcc4a3817. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fdc4d2bf831aa29eddd0ebee24ac98a68b71d31f2edf28968479c5fcc4a3817, en de alinea staat in dat document op bytes 10111 tot 10614.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fdc4d2bf831aa29eddd0ebee24ac98a68b71d31f2edf28968479c5fcc4a3817 | shasum -a 256