Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 35 Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0002.
Volgens HvJEG 28 maart 2000, zaak C-7/98 (Krombach/Bamberski), Jur. 2000, p. I-1935, NJ 2003/626, moet art. 27 EEX-Verdrag (thans art. 34 EEX-Verordening) strikt worden uitgelegd en mag de openbare orde-clausule slechts in uitzonderlijke gevallen worden gehanteerd om de fundamentele doelstelling van het verdrag (kort gezegd: het vrij verkeer van vonnissen) niet te belemmeren. Op de clausule kan volgens het Hof enkel een beroep worden gedaan indien de erkenning of tenuitvoerlegging van de in een andere lidstaat gegeven beslissing op onaanvaardbare wijze zou botsen met de rechtsorde van de aangezochte lidstaat, doordat inbreuk op een fundamenteel beginsel zou worden gemaakt. De inbreuk moet bestaan in kennelijke schending van een rechtsregel die in de rechtsorde van de aangezochte staat van essentieel belang wordt geacht, of van een in die rechtsorde als fundamenteel erkend recht, waarbij bijzondere betekenis toekomt aan de door het EVRM gewaarborgde fundamentele rechten, waaronder het recht op een eerlijk proces.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33fa6f6c4c37ba05869484cbd7574ca5537d0c3b7d68d5154448d54a21c65f1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33fa6f6c4c37ba05869484cbd7574ca5537d0c3b7d68d5154448d54a21c65f1e, en de alinea staat in dat document op bytes 10679 tot 11719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33fa6f6c4c37ba05869484cbd7574ca5537d0c3b7d68d5154448d54a21c65f1e | shasum -a 256