Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011

Alinea 36 Hoge Raad 18 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0002.

In het onderhavige geval kan evenwel niet worden aangenomen dat het ontbreken van een motivering van de rechterlijke beslissing in strijd moet worden geacht met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM of op onaanvaardbare wijze botst met de Nederlandse rechtsorde. Of het ontbreken van een motivering aldus in strijd is met de openbare orde, is afhankelijk van de specifieke omstandigheden en van de wijze waarop partijen het processuele debat hebben gevoerd. Indien, zoals hier, de vordering als juist is erkend, is een motivering van de toewijzing van de vordering overbodig, omdat de gegrondheid reeds voldoende volgt uit de erkenning. De hierop gerichte onderdelen (a) en (b) van het middel slagen mitsdien. De overige onderdelen behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33fa6f6c4c37ba05869484cbd7574ca5537d0c3b7d68d5154448d54a21c65f1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33fa6f6c4c37ba05869484cbd7574ca5537d0c3b7d68d5154448d54a21c65f1e, en de alinea staat in dat document op bytes 11727 tot 12519.