Citaat | Hoge Raad 20 december 2011
Alinea 100 Hoge Raad 20 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0199.
Blijkens de wetsgeschiedenis van de wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Stb. 1999, 245), zoals weergegeven onder 8 van de conclusie van de Advocaat-Generaal en (deels) geciteerd in de overwegingen van het Hof, ligt aan het Wetboek van Strafvordering de gedachte ten grondslag dat opsporingsmethoden die zeer risicovol zijn voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing, dan wel die een inbreuk maken op grondrechten en vrijheden van burgers een voldoende specifieke wettelijke basis behoeven in de wet. Daarmee hangt samen dat, zoals door de wetgever eveneens onder ogen is gezien, de regeling van opsporingsmethoden niet uitputtend behoeft te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59, en de alinea staat in dat document op bytes 32432 tot 33107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59 | shasum -a 256