Citaat | Hoge Raad 20 december 2011

Alinea 103 Hoge Raad 20 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0199.

2.7. De eerste klacht van het middel faalt. Anders dan daarin tot uitgangspunt wordt genomen, bieden de door het Hof vastgestelde feiten geen toereikende grondslag voor het oordeel dat [A] strafbaar heeft gehandeld bij de verkoop van de in de bewezenverklaring bedoelde paracetamol en cafeïne. Daarbij verdient aantekening dat deze stoffen in het gewone handelsverkeer legaal kunnen worden overgedragen. Dat het voorhanden hebben van deze stoffen onder omstandigheden kan worden aangemerkt als voorbereidings-handeling in de zin van art. 10a, eerste lid aanhef en onder 3º, Opiumwet indien bijvoorbeeld het opzet bestaat deze stoffen als versnijdingsmiddel te gebruiken bij de productie van voor de handel bestemde harddrugs, regardeert [A] niet. Bij haar ontbrak, blijkens het door haar inschakelen van de politie, nu juist het voor strafbaarheid vereiste opzet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59, en de alinea staat in dat document op bytes 34316 tot 35194.