Citaat | Hoge Raad 20 december 2011

Alinea 96 Hoge Raad 20 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0199.

Aan de overeenkomst lag ten grondslag de verdenking van overtreding door degene die heeft opgegeven te zijn [verdachte] van art. 2 in verbinding met art. 10 van de Opiumwet, alsmede van art. 10a van de Opiumwet. De achterliggende gedachte hierbij was dat paracetamol en cafeïne gebruikt worden als versnijdingsmiddel voor heroïne. Zij vallen daarmee onder het begrip stoffen in de zin van art. 10a van de Opiumwet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a1e4cbfcfc2b911211a0c4aa9392bfb35ece6d7968a9a6cd6ac3adba043ee59, en de alinea staat in dat document op bytes 30558 tot 30987.