Citaat | Hoge Raad 14 juni 2011

Alinea 109 Hoge Raad 14 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0287.

Bij deze weging van belangen hebben de staten volgens vaste jurisprudentie van het EHRM een "marge van appreciatie". Het EHRM ziet voor zichzelf de taak weggelegd om hierover de "Europese supervisie" uit te oefenen. Bij de toetsing van regelgeving en beslissingen stelt het Hof twee invalshoeken centraal. Dit is onder meer overwogen in meergenoemd arrest van 4 juni 2009: "what the Court has to do is to look at the interference complained of in the light of the case as a whole and determine whether it was 'proportionate to the legitimate aim pursued' and whether the reasons adduced by the national authorities to justify it are 'relevant and sufficient". Het kader wordt blijkens deze overweging gevormd door het proportionaliteitsvereiste en de eis dat de onderbouwing voor een inmenging relevant en toereikend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01, en de alinea staat in dat document op bytes 41633 tot 42466.