Citaat | Hoge Raad 14 juni 2011

Alinea 213 Hoge Raad 14 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0287.

Het Hof heeft in zijn samenvatting van de gevoerde verweren uitdrukkelijk overwogen dat de verdachte ten verwere heeft aangevoerd dat de verdachte "te goeder trouw de overtuiging mocht zijn toegedaan dat de aangever de moordenaar is". Het heeft uiteindelijk geoordeeld dat "de verweren van de verdediging strekkend tot het buiten toepassing laten van de strafbepaling van art. 261 Sr worden verworpen". Aldus heeft het Hof uitdrukkelijk beslist op het in het middel bedoelde verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01, en de alinea staat in dat document op bytes 77450 tot 77946.