Citaat | Hoge Raad 14 juni 2011
Alinea 79 Hoge Raad 14 juni 2011
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0287.
Dat de verdachte heeft aangegeven dat hij er voor 100 procent van overtuigd is dat [deJ.] de moordenaar is van [slachtoffer] kan -gelet op de omstandigheden waaronder deze bewoordingen zijn gebezigd- naar het oordeel van het hof worden aangemerkt als een beschuldiging van een bepaald feit in de zin van artikel 261 Sr. Dit kan zakelijk worden weergegeven als de mededeling door de verdachte: "dat [deJ.] de moordenaar is van [slachtoffer]", zoals is gedaan in de tenlastelegging. Dit geldt te meer nu de verdachte deze overtuiging meermalen heeft herhaald, zoals hiervoor is opgenomen onder de feiten waarvan het hof uitgaat. Ook daar waar de verdachte heeft gesteld 'De bewijzen tegen [deJ.] zijn overweldigend.', is het hof van oordeel dat sprake is van het beschuldigen van een bepaald feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01, en de alinea staat in dat document op bytes 31420 tot 32228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01 | shasum -a 256