Citaat | Hoge Raad 14 juni 2011

Alinea 94 Hoge Raad 14 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0287.

Het standpunt van de verdachte luidt, wat de strafbaarheid van het feit betreft, primair dat zijn uitlatingen worden beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting zoals neergelegd in artikel 10 EVRM en dat om die reden ontslag van alle rechtsvervolging zou moeten volgen. Subsidiair doet de verdachte een beroep op de exceptie van het derde lid van artikel 261 Sr. Daarmee doet hij een beroep op twee mogelijke rechtvaardigingsgronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01, en de alinea staat in dat document op bytes 37059 tot 37516.