Citaat | Hoge Raad 14 juni 2011

Alinea 95 Hoge Raad 14 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0287.

Ten aanzien van de verhouding tussen die twee rechtvaardigingsgronden overweegt het Hof het volgende. Het derde lid van artikel 261 Sr stelt een tweetal eisen waaraan in deze zaak van de verdachte moet zijn voldaan voordat sprake kan zijn van verval van de strafbaarheid van zijn smadelijke uitlatingen. Dit zijn de vereisten dat de verdachte te goeder trouw van de waarheid van het ten laste gelegde heeft kunnen uitgaan en dat het algemeen belang, in casu het belang van een open debat, de tenlastelegging eiste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cbf8a5687eaa21f7b972a12d2f6a73e1ef963c00f37b25231b307802f546c01, en de alinea staat in dat document op bytes 37524 tot 38051.