Citaat | Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 89 Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0567.

Degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf een gevaarlijke stof gebruikt of onder zich heeft, waarvan bekend is dat die zodanige eigenschappen bezit, dat zij een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen of zaken oplevert, is, ingevolge art. 6:175 lid 1 BW, aansprakelijk wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt. Bevindt deze stof zich echter in de macht van een bewaarder die er zijn bedrijf van maakt een zodanige stof op te slaan, dan rust deze aansprakelijkheid uit het eerste lid op de bewaarder. De aldus door de wet bewerkstelligde verlegging van de risicoaansprakelijkheid van de gebruiker naar de bewaarder staat echter niet eraan in de weg dat de gebruiker wegens een in zijn eigen onrechtmatig handelen of nalaten bestaande schending van een op hem rustende zorgplicht met betrekking tot de in bewaring gegeven gevaarlijke stof, op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk is indien het in het eerste lid van art. 6:175 genoemde gevaar zich verwezenlijkt (zie ook Kamerstukken II, 1990-1991, 21 202, nr. 3, blz. 6; nr. 6, blz. 2, 3, 14 en 21).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fdbe3031d59824ac225b1644e276e5a565d62514c9d621b9111ee4505cc2563. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fdbe3031d59824ac225b1644e276e5a565d62514c9d621b9111ee4505cc2563, en de alinea staat in dat document op bytes 20290 tot 21373.