Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 38 Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571.
3.1 In deze zaak, waarin [eiser] NIHS c.s. verwijt jegens hem onrechtmatig te hebben gehandeld en van hen schadevergoeding vordert, voeren NIHS c.s. onder meer het verweer dat deze vordering is verjaard. In dat verband heeft [eiser] gesteld dat de verjaring is gestuit door de brief die [betrokkene 1] van Bureau Rechtshulp Amsterdam op 3 maart 2005 namens [eiser] heeft geschreven en aangetekend heeft verzonden aan NIHS c.s., die evenwel stellen deze brief nooit te hebben ontvangen. De rechtbank heeft bij haar eindvonnis van 29 augustus 2007 geoordeeld, kort gezegd, dat niet aannemelijk is geworden dat de brief tijdig en correct bij NIHS c.s. is bezorgd, dat niet is gebleken dat de verjaring op andere wijze is gestuit en dat de vordering is verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba, en de alinea staat in dat document op bytes 9162 tot 9934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba | shasum -a 256