Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011

Alinea 39 Hoge Raad 18 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571.

3.2 In hoger beroep heeft het hof bij tussenarrest van 23 juni 2009 [eiser] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat de stuitingsbrief naar het adres van NIHS c.s. is verzonden en NIHS c.s. vóór 9 maart 2005 heeft bereikt. Het hof heeft in dat arrest voor het geval dat [eiser] bewijs door getuigen wilde leveren, bevolen dat op 4 september 2009 om 9.30 uur een getuigenverhoor zou worden gehouden door de daartoe benoemde raadsheer-commissaris en voorts bepaald dat de advocaat van [eiser] diende na te (laten) gaan of de getuigen, partijen en hun raadslieden op die dag en tijd zouden kunnen verschijnen en dat deze - zo dat niet het geval mocht zijn - uiterlijk op de rol van 7 juli 2009 schriftelijk en onder opgave van de verhinderdata van alle voornoemde betrokkenen in de maanden oktober en november 2009 aan het hof diende te verzoeken een nieuwe datum te bepalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba, en de alinea staat in dat document op bytes 9954 tot 10849.