Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 65 Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571.
3.5.4 In het onderhavige geval zijn bij de bestreden beslissing betrokken het door art. 20 en 133 Rv., mede met het oog op de processuele rechten en belangen van de wederpartij, beschermde belang van een doelmatige en voortvarende rechtspleging enerzijds, en het, mede door art. 166 Rv. gewaarborgde, belang van de waarheidsvinding door het leveren van getuigenbewijs anderzijds. In verband met die belangen eist de goede procesorde dat het verzuim van een partij de door de rechter in verband met de bewijslevering gestelde termijnen en voorwaarden in acht te nemen, slechts mag leiden tot een in die instantie definitieve ontzegging van het recht om bewijs te leveren door middel van het doen horen van getuigen, indien zulks gerechtvaardigd wordt door de mate waarin als gevolg van het verzuim het belang van een doeltreffende en voortvarende rechtspleging is geschonden, mede in aanmerking genomen de mate waarin de wederpartij daardoor in haar processuele rechten is benadeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba, en de alinea staat in dat document op bytes 20825 tot 21821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba | shasum -a 256