Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011

Alinea 69 Hoge Raad 18 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571.

3.5.7 Evenmin kan rechtvaardiging voor het weigeren van het horen van getuigen worden gevonden in de omstandigheid dat de advocaat van [eiser] na 16 september 2009 nog enige tijd nodig heeft gehad om nader vast te stellen welke getuigen [eiser] beslist wilde laten horen, omdat de raadsheer-commissaris bij de brief van 8 september 2009 had aangedrongen op vermindering van het aantal getuigen en zij op dat punt in die brief geen (nadere) termijn had gesteld. Overigens moet in dit verband worden opgemerkt dat de overweging van de rolraadsheer dat [eiser] ook na 11 september 2009 heeft nagelaten een deugdelijke opgave van getuigen te verstrekken terwijl niet is gebleken dat hij heeft nagegaan of en in hoeverre de getuigen op het getuigenverhoor zouden kunnen verschijnen, in zoverre niet strookt met de hiervoor in 3.3 (vi) weergegeven inhoud van de brief van de advocaat van [eiser] aan het hof van 25 september 2009 - meer dan een maand voor de datum van het verhoor -, dat in die brief de te horen getuigen worden aangezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba, en de alinea staat in dat document op bytes 24819 tot 25865.