Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 70 Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571.
3.5.8 Tenslotte blijkt niet uit de bestreden beslissingen dat het hof aandacht heeft besteed aan de vraag in hoeverre de wederpartijen van [eiser] processueel nadeel hebben ondervonden van de gang van zaken, terwijl de gedingstukken voor een zodanig nadeel geen aanknopingspunten bieden. Daarom moet worden aangenomen dat van een zodanig nadeel geen sprake was. Daarbij verdient opmerking dat uit de gedingstukken blijkt dat NIHS kon instemmen met aanhouding van het verhoor (brief van 2 september 2009) en dat [verweerder 2], [verweerder 3] en [verweerder 4] ook geen doorslaggevend bezwaar hadden tegen een verhoor op een latere datum. Laatstgenoemden wensten namelijk weliswaar dat de zitting op 4 september 2009 doorgang zou vinden, maar stelden tevens voor dat die zitting "een soort 'regiezitting'" zou worden waarop van de kant van [eiser] met betrekking tot ieder van de door [eiser] genoemde getuigen duidelijk gemaakt kon worden waarom deze gehoord zouden moeten worden zodat op die wijze de lijst "zonder twijfel" belangrijk verkort zou kunnen worden, welk voorstel was ingegeven "door het belang van cliënten en de belangen van proceseconomie" (tweede faxbericht van mr. Loonstein van 2 september 2009).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba, en de alinea staat in dat document op bytes 25885 tot 27115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20da8ec036f52b6de5eaa83ec88fc5632b285776be9f18aa9f144c8ad4d58eba | shasum -a 256