Citaat | Hoge Raad 15 april 2011

Alinea 71 Hoge Raad 15 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0630.

3.5.4 Voor zover onderdeel 2.2 mede zou strekken ten betoge dat de vordering tot vergoeding van de gevolgschade is verjaard voor zover deze de in de beginperiode geleden gevolgschade betreft, kan zulks niet tot cassatie leiden. [Eiser] heeft in zijn conclusie van antwoord (onder 42-46) het beroep op de verjaring van art. 7:23 lid 2 uitsluitend gedaan ter zake van de ontbinding, en hij heeft - ook waar hij nadien stelde dat "de rechtsvordering" was verjaard - niet aangevoerd dat ter zake van de geleden gevolgschade(s) (telkens) een aparte verjaringstermijn is gaan lopen. Het hof heeft derhalve begrijpelijkerwijze slechts ter zake van de ontbinding onderzocht of sprake was van verjaring. Een beroep op verjaring ter zake van de vordering tot vergoeding van gevolgschade uit de beginperiode, dat een onderzoek van feitelijke aard zou vergen, kan dan ook niet voor het eerst in cassatie gedaan worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e59396295d89f1f741f8d60c913f24055dbe5f61a35e51b5f858443319078739. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e59396295d89f1f741f8d60c913f24055dbe5f61a35e51b5f858443319078739, en de alinea staat in dat document op bytes 20238 tot 21158.