Citaat | Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 22 Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379.

Ik woon in een studenten-woonunit op de derde verdieping, van ongeveer 12 meter lang en 2.5 meter breed. De algemene toegangsdeur op de begane grond is een schuifdeur die met een sleutel geopend wordt. Deze deur blijft na opening zo lang openstaan, dat je er rustig met twee fietsen doorheen kunt lopen. Om mijn woning te bereiken moet je drie trappen op. Als je de toegangsdeur van mijn woning opent (de deur opent naar binnen), loop je direct tegen de eettafel aan die daar staat met de vier stoelen aan beide zijden. Op de avond van 4 juni ben ik uitgeweest. Ik had wel wat gedronken, maar ik was zeker niet aangeschoten of dronken. Ik ben door de schuifdeur met mijn fiets naar binnen gegaan en daarna de trappen opgelopen naar mijn woning. Ik heb met mijn sleutel de deur geopend en ben naar binnen gestapt. Ik heb mijn post op tafel gelegd en draaide me om om de deur te sluiten. De afstand tussen de tafel en de toegangsdeur van de woning is misschien een meter, dus als je de woning betreedt dan ben je ook direct binnen. Ik heb geen gang of portaal. Ik schrok me vervolgens rot, want op datzelfde moment stond er een man achter mij in mijn woning. Ik zag dat de man geheel ontkleed was en alleen een blauwe grote handdoek om zijn middel had geslagen. De man droeg ook geen schoenen. De man sloot de toegangsdeur. Ik schrok heel erg, maar was op hetzelfde moment heel erg verbaasd dat ik de man in het geheel niet gezien had toen ik naar mijn woning liep. Ook buiten heb ik hem niet gezien of opgemerkt. Ik had de man nog nooit eerder gezien. Ik schrok, was heel bang. Ik kon gelukkig opbrengen om kalm en rustig te blijven, dit om de man maar niet boos te maken. Ik snap zelf niet goed hoe ik het kon opbrengen om zo rustig te blijven. Ik zag dat de man bleef staan in de ruimte tussen mijn tafel en de toegangsdeur. Ik ging achter de tafel staan met mijn rug naar het balkon. Ik wilde afstand van de man houden. Ik zei meteen met harde stem tegen hem dat hij weg moest gaan. De man moet dit hebben begrepen. Ik vroeg hem wat hij in mijn woning deed. Hij vertelde me dat hij zich had buitengesloten in een woning. Hij had iets in de auto gelegd en daarna kon hij de woning niet meer in, zo zei hij. De man vroeg onder andere: 'mag ik je masseren. Ik heb lekkere massage-olie bij me'. Hij had een plastic flesje bij zich met daarin een vloeistof en twee condooms. Hij legde dit flesje en de twee condooms op tafel. De man ging op een stoel aan de tafel zitten en begon seksueel getinte dingen tegen me te zeggen, zoals of ik wel eens vreemd ging en dat hij me wel een stout typje vond en zoals: 'mag ik je borsten zien, mag ik je stringetje zien, wil je je shirt uittrekken?'. Hij vroeg me: 'wil je me pijpen?'. Hij zei: 'ik wil je likken. Ik heb heel veel zin in je. Ik wil heel graag in je'. Ik probeerde kalm te blijven, maar ik was bang. Hij vroeg me om iets te drinken. Ik had niets in huis, daarom ben ik toen thee gaan zetten. Ik wilde hem rustig houden en ik was gericht op het feit dat hij maar bleef zitten, zodat hij niet aan me zou komen. Hij bleef maar raar tegen me praten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183, en de alinea staat in dat document op bytes 9406 tot 12514.