Citaat | Hoge Raad 22 maart 2011
Alinea 28 Hoge Raad 22 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379.
"Om mijn woonunit te bereiken moet ik eerst door een glazen schuifdeur gaan, mijn fiets stallen en dan moet ik via stalen trappen naar boven. Op 5 juni 2007 kwam ik tegen twee uur 's nachts thuis. Ik zag de man pas op het moment dat hij achter mij in mijn woning stond, eerder niet. Ik heb hem zeker niet uitgenodigd binnen te komen. Ik heb na binnenkomst in de woning het licht aangedaan. Ik heb hem uitdrukkelijk gevraagd om weg te gaan. Daar reageerde hij niet op. Hij bleef tussen de deur en de stoel van mijn eettafel. Op de foto's kunt u zien hoe de stoel stond op de momenten dat hij daar zat. U ziet dat er nauwelijks gelegenheid is om op zo'n moment de buitendeur te bereiken. Gedurende het incident werd ik steeds banger, omdat hij steeds intiemere vragen ging stellen. Hij bleef achter de tafel staan, maar het leek of hij steeds dichter bij kwam. De hele situatie was beangstigend, er heerste zeker geen prettige sfeer."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183, en de alinea staat in dat document op bytes 15661 tot 16606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183 | shasum -a 256