Citaat | Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 39 Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379.

Daartegenover staat de verklaring van de aangeefster bij de politie (p. 6 e.v.), bij de rechter-commissaris op 9 juli 2007 en ter terechtzitting in eerste aanleg op 12 februari 2008. Zij verklaart consistent en geloofwaardig. Zij is duidelijk over het feit dat zij de verdachte in het portiek niet heeft gezien en dat zij niet heeft opgemerkt dat de verdachte achter haar aan de trap opkwam. Daarbij zal een rol hebben gespeeld dat de verdachte blootsvoets was. Zij was onbevangen en niet op onraad bedacht. Ongetwijfeld zal zij vermoeid zijn geweest op dat nachtelijke uur. Zij was verbaasd en geschrokken toen de verdachte plotseling in haar woning stond, de toegangsdeur dichtdeed, aan de tafel ging zitten op een stoel vlakbij de toegangsdeur en twee condooms en een flesje massageolie op de tafel deponeerde. Zij heeft geen alarm geslagen omdat zij bang was voor de verdachte en hem rustig wilde houden. Daarom heeft zij hem na verloop van tijd thee en een ijsje gegeven en heeft zij niet om hulp geroepen toen zij gebeld werd door een vriend. Volgens haar is de verdachte steeds bij de deur gebleven en niet achterin de woning geweest. Dat zij bang was voor de verdachte en van hem walgde moet voor de verdachte kenbaar zijn geweest, omdat zij hem meerdere malen verzocht heeft weg te gaan, telkens haar hoofd heeft weggedraaid en geweigerd heeft op zijn vragen in te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183, en de alinea staat in dat document op bytes 25282 tot 26675.