Citaat | Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 40 Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379.

De emoties van de aangeefster worden beschreven in het proces-verbaal van bevindingen (p. 22 e.v.). Haar verklaring wordt daardoor ondersteund. Voor de geloofwaardigheid van die verklaring pleit voorts dat volgens de aangeefster de verdachte heeft gezegd haar niet te zullen aanranden. Zij is er dus kennelijk niet op uit de verdachte onnodig te belasten. Dat de verdachte enkele details beschrijft van de situatie achterin de woning, waar hij volgens de aangeefster niet is geweest, doet daaraan niet af. Gelet op de zeer kleine omvang van de woning acht het hof het zeer wel mogelijk dat de verdachte zicht daarop heeft gekregen door een geringe verplaatsing op een moment dat de aangeefster gedurende het uren durende verblijf van de verdachte even niet oplettend was. Het hof acht de verklaringen van de aangeefster geloofwaardig. Het samenstel van factoren - zijn ongenood binnenkomen midden in de nacht, het sluiten van de deur, het naakt zijn, het gaan staan, de condooms, het ondanks daartoe strekkend verzoek van de aangeefster niet weggaan en niet stoppen met de seksuele handelingen, het stellen van steeds intiemere vragen, het maken van seksueel getinte opmerkingen, zijn nabijheid in een zeer kleine woning- vormt de feitelijkheden waarmee de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat de aangeefster tegen haar wil de ontuchtige handelingen heeft moeten dulden, hetgeen voor de verdachte duidelijk moet zijn geweest, en waardoor de aangeefster van haar vrijheid was beroofd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183, en de alinea staat in dat document op bytes 26683 tot 28187.