Citaat | Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 41 Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379.

Het hof is van oordeel dat de opvatting van de verdachte over het verloop der gebeurtenissen en de gevoelens van de aangeefster zich niet verdraagt met hetgeen de aangeefster daarover heeft verklaard, maar ook niet te rijmen is met wat naar gangbare maatstaven aan reacties en gevoelens van jonge vrouwen te verwachten is, als een man van 39 jaar zich zozeer in strijd met aanvaarde sociaal-ethische normen gedraagt. Daarentegen geven de verklaringen van de aangeefster, die op dat moment 23 jaar was en psychologie studeerde, naar het oordeel van het hof een invoelbaar beeld van de gebeurtenissen en van haar gevoelens daarbij. Het hof is op grond daarvan van oordeel dat de lezing die de aangeefster van de gebeurtenissen en haar beleving daarvan heeft gegeven als een juiste weergave kan worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 419cf760ee1b6b63a4834833d74f6bd516243fd27507db1acfe62f1bac470183, en de alinea staat in dat document op bytes 28195 tot 29018.