Citaat | Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 36 Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1765.
De rechtbank begrijpt de stellingen van verzoekers aldus dat de rechtbank zou moeten overgaan tot een onderzoek naar de juistheid van de door de Duitse rechter gegeven beslissing op het bevoegdheidsverweer, waartegen geen rechtsmiddelen meer kunnen worden ingesteld. Voorop staat dat van verzoekers mocht worden verwacht dat zij in het kader van de procedure voor het Landgericht al het mogelijke hebben gedaan om de beslissing, waar zij het blijkens hun stellingen niet mee eens zijn, ongedaan te maken. Dat doet zich hier niet voor. Na voor de Duitse rechter te zijn verschenen en een verweer ex artikel 22 van de EEX-Verordening te hebben gevoerd, hebben verzoekers er (uiteindelijk) van afgezien om het tegen de beslissing op dat verweer volgens Duits recht ingestelde rechtsmiddel voort te zetten. Onder deze omstandigheden is het in strijd met de EEX-Verordening en behoorlijk procesrecht om verzoekers de mogelijkheid te bieden die beslissing alsnog maar dan in het kader van de onderhavige procedure te laten toetsen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08968ffd3aa06307bb498688e1a3eac338d9f91509bb31b25a3eddc551de576a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08968ffd3aa06307bb498688e1a3eac338d9f91509bb31b25a3eddc551de576a, en de alinea staat in dat document op bytes 10078 tot 11117.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08968ffd3aa06307bb498688e1a3eac338d9f91509bb31b25a3eddc551de576a | shasum -a 256