Citaat | Hoge Raad 15 maart 2011
Alinea 20 Hoge Raad 15 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2215.
"Ik ben gemeentesecretaris binnen de gemeente Beemster. Op 18 november 2005 zat ik samen met [slachtoffer], [getuige 2] en [getuige 3] in een overleg op het moment dat een telefoontje van [betrokkene 1] binnenkwam. Wij zijn met zijn vieren naar mijn werkkamer gegaan, omdat op deze kamer de telefoon op de luidspreker kan. Nadat ik met [betrokkene 1] had gesproken, kreeg ik vervolgens een man aan de telefoon die zich voorstelde als [verdachte]. Ik herkende [verdachte] aan zijn stem als [verdachte]. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij [slachtoffer] zou blijven volgen, desnoods zijn leven lang. Ik hoorde [verdachte] voorts zeggen: "[Slachtoffer] heeft ook nog een vrouw en kinderen en die weet ik ook wel te vinden, ik heb niets te verliezen"."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2b1e7be90f046a9e5a3f25355a29ec89215080605f5ecd8e7cbc7f77c2f9719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2b1e7be90f046a9e5a3f25355a29ec89215080605f5ecd8e7cbc7f77c2f9719, en de alinea staat in dat document op bytes 7690 tot 8452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2b1e7be90f046a9e5a3f25355a29ec89215080605f5ecd8e7cbc7f77c2f9719 | shasum -a 256